Laatste reacties

web-log.nl, powered by TypePad

8125a4_3

Eenmalig optreden - 28 maart 2010 - Hengelo

Ik sta al twee jaar niet op de bühne, zoals de meesten weten.
Toch, word ik regelmatig gevraagd en dan is het soms zelfs een eer om "nee" te mogen zeggen. Dit jaar zal ik alsnog één keer, om twee redenen, de mensen tegemoet komen.

Eén: Ik heb nooit eerder opgetreden in dat gedeelte van
Nederland, dus dan kunnen zij mijn woorden ook eens beleven.
Twee: Ik zal optreden ten behoeve van De CliniClowns.


Is dit werkelijk eenmalig?
Ook dat is niet helemaal waar, maar daar kan ik nog
weinig over kwijt, maar Ingrid Weverbergh, de weduwe
van Jotie 't Hooft, heeft mij gevraagd om mijn kunstje te
doen op 't Hooft Pöezieprijs en daar zeg ik geen "nee" tegen.


Oké, moet ik nu nog even een telefoontje plegen
om een ander podium teleur te stellen.

Pom Wolff wint Dicht-Slam-Rap 2010!

Hallo!

Zoals u merkt ben ik tijdelijk minder aanwezig op mijn site, Hyves, Facebook, maar werk aan mijn boek, bezoek vrienden, heb lol met de hond, ben bezig met andere gezellige dingen en geniet van mijn dagelijkse wandelingen. Morgen zal ik weer werken aan mijn compilatiefilmpje en hopelijk hier snel plaatsen.

Overigens wil dit niet zeggen dat ik u niet volg of lees.
Zo kan ik u berichten dat Pom Wolff Dicht-Slam-Rap 2010 heeft gewonnen!

Pom_wolff Brabants Dagblad bericht:

BOXTEL - Pom Wolff uit Amsterdam heeft donderdagavond de finale van Dicht-Slam-Rap in Boxtel gewonnen. Al vier keer eerder stond hij in de finale. Drie-maal werd hij tweede. De eerste prijs was nu ook heel spannend, vertelt jurylid Marcel Linssen. "Hanneke van Eijken zette een ontzettend mooie voordracht neer met veel verrassingen. We hebben er nog net niet om gedobbeld, maar het was een close finish tussen Hanneke en Pom. De publieksprijs ging naar Maaike Geertsma uit Amsterdam." Lees hier meer!

Gedicht: Zelfportret

2_3 Ik wilde dromen, ik wilde pijn – als het ware mens zijn,
extremiteiten en rust, het herbeleven van mijn verleden – maar ik kan het niet, nee kan het niet.

Ik wilde punk zijn, lekker trappen
zelfs gotisch, mysterieus, of misschien een musicalster
of een circusclown, maar geen voetballer. Nee, sport is niets voor mij.

Tja, ik wilde zelfs mezelf zijn, ontvreemd zijn,
ongelukkig zijn en mezelf voor de gek houden
met drugs en soms wilde ik dood zijn,
maar ik kan het niet.

Ik wilde schulden hebben,
op het randje leven
met de fles van bankje naar bankje gaan,
zodat de mensen mij na zouden wijzen.

Op een koud zolderkamertje wonen
met slechts een opgaande kaars
die mijn verouderde typemachine verlicht
en langzaam ouder worden als een norse, verbitterde zak
met niets dan treurigheid en melancholie,
maar ik kan dat niet,
want ik wil te veel.

Seks, mijn wijntje en een peuk,
een goed gesprek, geen discussie,
heb een hekel aan discussiëren.
Nog liever zeg ik niets
of gewoon wat knuffelen, een beetje voelen
en vrijen, al heb ik niemand voor ogen,
kan beter even niet verliefd zijn.
Alhoewel het is wel lekker,
maar toch de energie en het gezeur.
Ik vind het zo al vermoeiend.
Nee, gewoon een etentje,
dan dronken worden van de rosé,
dat ze dan zegt
dat ik mooie melancholische ogen heb
en lippen om te zoenen,
dat ik dan moet lachen
en onzeker word

of rockzanger, ja zou graag zanger willen zijn
en dat mijn band dan The Devil's Candy zou heten
of Unfortunately Peanutbutter, zoiets ja.
Toeren van Londen naar Berlijn,
want ik houd van Londen en Berlijn
en groupies, ja groupies.
Na de heftige seks zou ik voor ze koken,
want dat kan ik goed, tapas,
Italiaans, maakt niet uit.

En nog beter dan dat kan ik dromen.
Ik weet niet waar ik beginnen moet
of wat ik nou moet zijn
en is het leven echt goed
of doet de waarheid pijn.




Pom Wolff schreef over dit gedicht het volgende:
Het zelfportret van Erwin Troost heeft geen tekort aan een ik. De vraag wie ben jij – zorgvuldig beantwoord. Met biografische elementen zelfs. Moet monnikenwerk geweest zijn om dat rijke leven van Erwin samen te vatten. Hij kan wel vijftig gedichten schrijven vermoed ik en dan lezen we nog slechts een fragment van leven. Het is dat mooie zachte romantisch schreeuwen dat zijn werk zo mooi maakt. Ook hier weer.

“soms wilde ik dood zijn
maar ik kan het niet..”

De romanticus in mij valt altijd voor zijn woorden. Maar dit keer moet ik hard zijn. Het mooiste heeft hij hier niet uit zich geschreven. Als ik Erwin met ERWIN vergelijk. Zie ook:
EN WIE BEN JIJ? - 'als je zegt wie je niet bent - houd je jezelf over' - - - - MIKE PLATENKAMP wint de wees in godsnaam eerlijk trofee op pomgedichten.nl

Momentopnames

1_22_23_24_35_46_47_48_39_3 

Je hebt bandopnames en momentopnames. In de tijd dat ik muziekbooker was heb ik vele artiesten ontmoet en gefotografeerd, maar één foto is mij altijd het dierbaarst gebeleven. Op dit moment staat de band Destine op doorbreken. Hun debuutalbum Lightspeed verschijnt op 01 februari 2010 en hieronder ziet u hun gitarist Hubrecht. Wat de foto, voor mij althans, zo bijzonder maakt is de live action, dat je bij wijze van het zweet en enthousiasme er vanaf ziet spatten. Voor mij is dit dan ook mijn favoriete foto. Zie ook hun website voor breaking news en het aftellen naar hun fantastisch debuutalbum: www.destinemusic.com

000_0716_2

Heeft Erwin de X-Factor?

Oké, ik ben niet de beste zanger en misschien maak ik me zelfs belachelijk, maar ik wil al heel lang 'I Got You babe' horen op de melodie van 'Hallelujah' en als u het niet doet wie dan wel? Ja, het moest ervan komen. Alleen misschien niet door mij. Ik zie het liever Lucretia van der Vloot of een Wende Snijders doen. Misschien in duet, zoals het werkelijk bedoeld is. Hallelujah! Halle-lu-hu-ju-haa!

De geschiedenis van mijn loopbaan

Elvisshirt Als kind ben ik opgevoed met rock ‘n roll aan mijn zijde. Op mijn derde verjaardag kreeg ik een eerste pick-up en op verjaardagsfeesten werden standaard alle stoelen en tafels aan de kant geschoven en werd er getwist. Mijn eerste film in de bioscoop werd Grease en ik geloofde dat de wereld vol muziek was en dat samen zingen een redding kon zijn voor problemen. Het leven was één grote musical, dus na iedere zomervakantie bezong ik mijn vakantieliefde staand vanaf een bankje en vroeg aan het eind van het jaar waar de kermis met zijn Jimmy en reuzenrad was, als er weer eens mensen geslaagd waren voor hun examen. Nooit zou ik mijn diploma halen. Ware het dat mijn biologieleraar dit al voorspeld had met zijn welgemeende uitspraak: ‘Beste heer Troost, als jij je diploma ooit mocht halen, dan vreet ik die van mij op.’ Maar geen kermis, dan ook geen diploma, dacht ik en verrichte zelf het werk, waarop ik zijn diploma heb opgevreten. Een zware klus was het niet.


Muziek werd mijn emotie, of ik nu blij of vrolijk was: er was altijd wel een nummer dat mijn emotie kon weergeven. U moet zich voorstellen dat mijn kamer doodgewoon bestond uit vier muren, een raam en een deur met aan de wanden drie Elvisspiegels, vier Elvis-sjaaltjes en dan nog wat posters van deze man. Ik had een spijkerjack met welgeteld 32 Elvisbuttons. Bijna alle films had ik gezien, hij maakte er 33, en voor de spiegel probeerde ik met tennisracket en borstel zijn heupwiegen en welbefaamde lip imiteren. Elvis was eigenlijk het eerste idool, na Jezus, of zeg ik nu iets verkeerd? Nog steeds word ik veelvuldig gevraagd om Elvis te imiteren op bruiloften en partijen, maar aangezien de groupies in de jaren ’90 toch meer voor het duo 2 Unlimited en New Kids on the Block-imitaties gingen ben ik daar mee opgehouden. Eind jaren ’80 heb ik het ook nog ooit met breakdance geprobeerd, waarop ik mijn neus brak en deze nog grotere proporties aannam.


Het duurde namelijk niet langer dat alleen de ‘King’ mijn wereld deed schudden. Rond mijn vijftiende kwam er namelijk een ommezwaai. De platen van Elvis werden op zolder gezet bij de erfenis van opa en mijn John Travolta-zonnebril. Er zijn mensen die beweren dat Travolta hele-maal geen bril droeg. Nou, dat kon dus kloppen, want die had ik in mijn bezit. Maar op mijn kamer beleefde ik intus-sen de wereld van John Lennon. Wat een talent had die man én ook nog een boodschap. Dan weer een kleine, dan een grote. Het maakte niet uit. Ik had in die tijd nog niet eens door dat deze man jaren daarvoor vermoord was door een krankzinnige fan, die zich afgewezen voelde. Het besef dat Lennon dood was kwam later en toen knapte er eigenlijk iets in mij. Ik bleef de hele avond én nacht luiste-ren naar ‘Working Class hero’, ‘Watching the Wheels’ en ‘Imagine’ en terwijl hij voor de laatste keer zong: ‘you may say I’m a dreamer, but I’m not the only one,’ huilde ik mezelf in slaap. Wat huilen? Blèren. De buren moesten er aan te pas komen. Ik werd vastgebonden op een stoel en zelfs shocktherapie haalde niets uit. ’s Morgens keek ik in de spiegel en zei tot mezelf: ‘Watskeburt’, niet bewust dat iemand daar 20 jaar later nog eens mee aan de haal zou kunnen gaan en er een hit mee zou scoren. Langzamerhand kwam ik tot mezelf, gooide de spiegels uit het raam en had 7 jaar geluk en ging dus schrijven. Ik moest en zou schrijven, want Lennon kon dat niet meer, waarschijnlijk was het hem na zijn dood allemaal een beetje te veel geworden.


Na Lennon werd ik weer beïnvloed door de met Henna roodgeverfde Eindhovenaar Armand en leerde van deze all time hippie, om ook eens andere schrijvers te gaan lezen en hoe ik van een aardappel een puurpijp kon maken. Zo rookten we wiet in een koektrommel, hoewel hij het een auto durfde te noemen, voor mij is het altijd een koektrommel gebleven. Hij gaf mij kranten en las ze in zeven talen voor. Ik begreep er geen snars van. Ik sprak überhaupt maar één woord Duits en Frans was een kennis van mijn ouders en om die nou bij ieder woord Frans op te bellen, dát schoot bij hem ook in het verkeerde keelschat. Ik zei nog zo dat hij moest inhaleren en er niet op kauwen en proberen te roken tegelijk. Waarop hij steevast ant-woordde dat hij nog nooit had geïnhaleerd, maar slechts had vastgehouden. Niet veel later werd hij president en nooit meer hebben we iets van hem vernomen. Maar goed deze jongen, ik dus, ging naar de bibliotheek en las Jotie ’t Hooft, Simon Vinkenoog en Arthur Rimbaud. Waarop ik definitief besloot nooit meer student te worden. Ik had het al gelezen en gezien. Het diploma van het leven was de ontdekkingsreis in taal. Geen verre busreizen of liften naar verre landen, geen wetenschap of maanlandingen. Alle antwoorden lagen in de literatuur en wel in alle vijf boeken die ik toen al had gelezen. Ik las een zesde en dat was Lolita van Vladimir Nabokov en mijn hoofd droop over van passie, liefde en pure poëzie. Ik legde het boek weg en schreef mijn eerste gedicht: Jantje zag eens pruimen hangen/ o! als eieren zulke grote/ maar o wee o wee/ toen Jantje erachter kwam waar de pruim ontving/ bleek dat hij tussen haar borsten had gespote.


Ik was een talent. Ik voelde het. En iedereen juichte dat talent toe. Eindelijk erkenning dacht ik. Daarna ging het alleen maar beter. Ik won de performanceprijs in de Effenaar, omdat ik een kwartierlang een tekst uit mijn hoofd kon denderen zonder dat daar speed bij nodig was en niet veel later kwam daar Yoy van Humanistisch Verbond om een documentaire te maken over mij en twee jongens van Dichters uit Epibreren. We praten over anno 1995. Het succes begon toen echt onrealistische vormen te krijgen en het werd er niet makkelijker op. Ik hield bed-inns met mijn teddybeer, waarop iedereen mij voor gek verklaarde en toen heb ik dat beest definitief de deur uitgezet. Ik kreeg verlatingsangst en meer, kon het succes niet meer aan en zocht een baan waar ik anoniem zou zijn. Ieder uur van de dag kwamen weliswaar collega’s naar mij toe om te laten zien dat er een jonge dichter in de krant stond met hetzelfde gezicht en naam als dat ik zou hebben. Ik ontkende in alle staten, maar kijk zeiden zij: ‘Hij kan puurpijpjes van aardappels maken.’ ‘Dat is toch belachelijk,’ antwoordde ik hun, ‘welke krankzinnige doet nou zoiets.’ ‘Nou, dichters bijvoorbeeld’, zei een collega met rood hennahaar.

Nooit heb ik mijn geschiedenis prijs willen geven tot de dag van vandaag, want zal ik u een kleine wetenswaar-digheid vertellen? Ik weet namelijk niet wat er gebeurd zou zijn als Lennon niet vermoord was en als Elvis niet aan de cheeseburgers en boterhammen met pindakaas en banaan had gezeten, want u gelooft toch niet dat alleen de drugs hem fataal zou zijn geworden.
Maar stelt u zich nou eens voor dat het anders was gelopen en dat als ik acht jaar geleden mijn akoestische gitaar genaamd Wendy, die ik had gekocht van mijn eerste spaarcentjes uit de collectebus, niet kapot geslagen had op één of ander singersong-writerfestivalletje dan was ik nu misschien wel een veelbelovend zanger geweest.




Elvis Aaron Presley, 8 januari 1935 – 16 augustus 1977)


Vandaag zou Elvis 75 jaar zijn geworden,
overigens werd mijn eerste hond naar Elvis vernoemd.

Bryden en Erwin wensen iedereen een magisch mooi 2010!

Pc210003_2 Komende dagen zal ik minder aanwezig zijn op mijn weblog. Ik ben wel aan het lezen, ren in het Winter Wonderland buiten en houd mij ’s avonds lekker warm binnen, af en toe een boek in mijn handen of een film en straks volgt het schrijven weer en ik werk aan een compilatiefilmpje, maar nu is het leven ‘Zen in Brabant’. Tot over een paar weken, maar het kan ook morgen of de dag erna alweer zijn.






000_0783b
ZENte

Ik staar naar mijn 000_0783_3benen. De wortels

waarin iedere herinnering een lade wordt,

daarin vind ik papiertjes. Eén is beschreven.

Als het een boom is van kleine aantekeningen

dan is het een jonge boom. Vruchteloos,

met alle wijsheid nog in pacht. Daarna

volgt de treitering. Een hond pist

tegen schors, een kat graaft territorium.

Ergens legt een vuur as. De mens beweegt

de mogelijkheid. Starend door glas bedenkt men:

beweegt het blad omdat het waait of

is er wind doordat takken bewegen.

De boom beseft niets. In knoesten

vindt men een evenbeeld waarnaar God zich

nooit geschapen heeft. Hij verlangde slechts

naar een heerlijk oord. Men moet stilstaan.

Een vlinder ontwaakt uit een cocon. De vogel

bouwt een nest en op T.V. is een zeepserie.

In de liefde zijn zoveel momenten van waarheid.

Ook in woorden die men weglaat. Ik heb ze

nooit opgeschreven. Zij schuilen in herfstbladeren.

(uit: “Gedichtenbundel Een leven”)

Op de valreep van 2009 lezen wij op Pomgedichten het volgende:

Eta3 Gedichten: Bettie: "Meneer Wolluf, ik wil Mike Platenkamp in de revisie – ‘hij is de hartslag in mijn vochtige schoot’ - TROOSTPRIJS onthouden aan Mike Platenkamp!" STEL door ERWIN TROOST onbetwist hoogtepunt in 2009 op pomgedichten! Lees het, zie en klik op: STEL.

Iets is of het is niet

Alles komt goed. Wat een zin eigenlijk. Ik houd niet van die uitspraak, omdat het niet correct is om te zeggen. Alles? Dat vind ik toch wel heel, heel, heel, erg veel. En dat meisje dat leukemie heeft en vermaakt wordt door een CliniClown. Denkt zij er ook zo over? Alles komt goed? Alles komt. O, het moet nog komen en wie brengt het dan? Sinterklaas, de Kerstman, de Paashaas of de postbode of komt het aanwaaien? Juist, het moet komen aanwaaien, maar als het continu, in de toekomst moet komen aanwaaien dan waait het jouw huis voorbij, omdat we continu zeggen dat het nog moet komen. Goed. Kijk, daar zijn we er. Alles komt. Het klinkt als een reusachtig orgasme, maar dat is het niet. Het is goed met je of het is niet goed en als het niet goed is dan komt daar wel een eind aan, want aan alles komt een eind. Is dat waar? Niet helemaal. We filosoferen verder, want stel je eens voor dat men wordt begraven. Een mens. Ja, laten we specifieker zijn en een voorbeeld nemen. Mozart. Mozart is begraven of hij begraven is dat weet ik niet, maar dat doet er niet toe, maar stel dat Mozart begraven werd en de wormen, maden en ander gedierte hebben aan hem gevreten. Deze wormen, maden en ander gedierte, zij zijn in honderdtallen aanwezig, worden weer opgegeten door de vogels, vissen en vele andere diersoorten. Deze vele dieren zullen ook weer ten prooi vallen aan een generatie diersoorten en ook wij mensen eten vis, vlees, of u bent vegetariër, maar dan nog is er de mogelijkheid dat er een heel klein deeltje van Mozart in uw terecht is gekomen, dankzij vruchtbare grond en groente op het land. Ik zeg niet dat het waar is, maar dat zou een déjà vu-moment kunnen verklaren of een bepaald talent en is het daarmee goed gekomen met de mens. We zouden ook over een soort van reïncarnatie kunnen spreken, waardoor alles weer oneindig is en niet aan alles een eind zou komen. Een mooie, fijne gedachte die duidelijk maakt dat het goed komt. Ook na de dood.

En toch, zeg nooit in mijn buurt: “Alles komt goed.” Iets is of het is niet. We weten slechts wat geweest is, maar niet wat komen gaat. De mens wordt wijzer met de jaren en heeft kans om dement te worden. Als men in goede gezondheid leeft bestaat er nog de kans om kanker of een andere ziekte te ontvangen. Neem nou eens sport. In 2006 werd de Marathon van Rotterdam opgeschrikt door een fatale hartstilstand bij een getrainde deelnemer. Naar schatting krijgen in Nederland per jaar 400 hardlopers, ook recreatieve lopers, te maken met hartfalen. Dat roept vragen op. Is hardlopen slecht voor het hart? Ik ga daar geen antwoord op geven, maar men denkt gezond bezig te zijn en plots is het afgelopen. Men moet in beweging blijven, dat is alles, iemand verbrand met 2km hardlopen evenveel calorieën als met 2km wandelen. Een collega van mij eet precies volgens de schijf van vijf. Brood, noten, appeltje erbij, groente, kaas, pakje melk, zelfs werkt hij met handschoenen aan, zodat zijn kinderen ook geen schrammetje vuil op hun gezicht krijgen en toch zijn de kinderen iedere drie weken ziek, omdat ze geen immuunsysteem opbouwen. We kunnen niet overal opletten en ons zorgen maken om iets wat niet is. We moeten weerstand opbouwen en argumenteren. Ook moeten we niet vergeten te blijven bewegen.

Als iemand tegen mij zegt dat alles goed gaat komen dan denk ik aan een meisje dat ik jarenlang volgde. Zij werd geboren met een tumor in haar hoofd. Toch mocht ze haar ouders vijf mooie levensjaren geven met pijnlijke momenten, maar ook tal van prachtige momenten. Dat meisje heeft gevochten, kracht weggezet om maar zoveel mogelijk momenten in haar levensjaren te mogen ervaren tot ze haar laatste adem uitblies. Een aantal maanden geleden werd ze begraven in een bos en ergens heb ik nu de hoop dat de natuur haar gang gaat en wij dit meisje nog lang bij ons mogen dragen, dan is er voor eenieder hoop.

Maar zeg echter nooit dat ene zinnetje, want ook wetenschappelijk is bewezen dat zelfs de zon over 4 miljard jaar als een rode reus uit zal doven en waar-schijn-lijk dit heelal overgaat in een ander heelal en wij als miljarden en nog wel meer stofdeeltjes over worden gedragen en er nieuw leven ergens in wordt geblazen, alsof een klein, mooi meisje voor het eerst blaast tegen een prachtige paarden-bloem en zo de zaadjes laat verwaaien en deze zaadjes opzoek gaan naar een vruchtbare grond en ze zullen groeien, bloeien tot er een bij aan komt zoemen en de natuur haar gang gaat, aan de horizon een zon opkomt en de hemel weer verlicht wordt en er ergens een leven geschonken word, het water zal stromen, vogels zullen vliegen en geluiden produceren en zo langzaam alles begint, vanuit één sprankeltje hoop in een kindergezichtje met van die prachtige, gelukkige sterretjes in haar ogen, dat nog niet wist wat ze deed, voordat ze ging blazen en alles toch nog goed is gekomen, maar dat weten we nu. Ja, vooral nu.

Te zen of niet te zen,

dat is de kwestie!



- voor Jarine Nora Bos

29.06.2004     3.10.2009

Jarientje

De jaarlijst van 2009

De beste albums:

01.   Together Trough Life – Bob Dylan
Bobdylantogetherthroughlifealbuma_6
02.   Preliminaires – Iggy Pop
03.   4:13 Dream – The Cure
04.   Rock & Roll – Dio
05.   No.9 – Wende

Hebbedingetje van het jaar:
Ik ben niet zo van de Gadgets, maar het album ‘DE SPEELDOOS’ is een must have. DE SPEELDOOS is de titel van het mini-album van De Staat-frontman Torre Florim in samenwerking met Roos Rebergen, zangeres van Roosbeef. Het album bevat zes nummers, waarvan de teksten van de liedjes zijn gebaseerd op gedichten van verstandelijk beperkte cliënten van zorgorganisatie Dichterbij. Dichterbij ondersteunt mensen met een verstandelijke beperking en helpt hen met het nastreven van hun dromen. Dat is natuurlijk prachtig, maar ook de uitvoering is geweldig, want de gelimiteerde cd is namelijk verpakt in een speeldoos, met werkend mechaniek van een van de liedjes op het album en de muziek krijgt u op de koop toe. Dat is toch gewoon Sinterklaas en Kerst tegelijkertijd!

De beste songs:

01.   Empire State Of Mind – Jay Z & Alicia Keys

02.   Fantastic Journey Of The Underground Man – De Staat

03.   Sorry (live) – Kyteman

Het beste concert:

            Gary Numan - Sinner’s Day, Hasselt

De beste videoclip:

Aye – Dio featuring Sef

De beste films:

01.   Inglorious Bastards (Quentin Tarantino)
Inglorious_bastards_12
02.   Millennium 1 – Mannen die vrouwen haten (Niels Arden Oplev)
03.   De helaasheid der dingen (Felix van Groeningen)
04.   Brüno: Delicious Journeys Through America for the Purpose of Making Heterosexual Males Visibly Uncomfortable in the Presence of a Gay Foreigner in a Mesh T-Shirt (Larry Charles)
05.   Anti-Christ (Lars von Trier)

De grootste flop:

Picnic (Adrian Sitaru)

De beste website:

www.proud2bme.nl

De beste boeken:

01.   J. Kessels: The Novel – P.F. Thomése
J_kessels_6
02.   Denvis: Een Rock Roman – Leon Verdonschot
03.   Mijn leven als hond – Martin Bril

Het beste kinderboek:

Mr Finney en de wereld op zijn kop –
Laurentien van Oranje & Sieb Posthuma

Mr_finney_5

De beste graphic novels:

01.   Het boek Genesis – Robert Crumb
Het_boek_genesis_5
02.   I see A Darkness: Johnny Cash – Reinhard Kleist
03.   Een epische zoektocht naar de waarheid – Logicomix

Wat er nog meer gebeurde in 2009: Mijn boeken “Punkey’s Maniertjes” en PUNKEY. (gelimiteerde oplage) werden gelanceerd, al besloot ik hiermee niet in de media te staan, tevens maakte ik een korte documentaire met Frans Mouws over Jotie ’t Hooft (een langverwachte wens), Herman Pieter de Boer & Tonny Eijk wonnen een prijs voor beste Kinderen voor Kinderen-lied “Op een onbewoond eiland”, Marcel werd de nieuwe zanger van DI-RECT en Nederland won het Junior-Songfestival met ‘Click Clack’, gezongen door Ralph. Hetgeen mij allemaal zeer plezierde en kon ontroeren in 2009. O ja, en de wereld kreeg met de mens Barack Obama een nieuwe president die zichzelf een 8 geeft.

’Is This It’ van The Strokes werd uitgeroepen tot beste plaat van afgelopen decennia en voor Michael Jackson was ‘This it’. Ook verloren wij Martin Bril, Ramses Shaffy en Simon Vinkenoog, hetgeen mij nog meer kon raken, hoewel zij ook lieten zien dat het leven geleefd mag worden. Ik wens hen vrede toe, zoals alle andere mensen die mijn website bezoeken.
Mijn dank aan jullie voor afgelopen jaar.


Ik sluit af met een grote glimlach en op een nieuw hoopvol 2010.

YES, WE CAN!

Wende - Yes We Can (unofficial video)

Het leukste in 20 jaar Troost

Ge1_2Ge2_2 .


Afgelopen jaar liet ik jullie fragmentarisch zien wat ik zowel heb gedaan de afgelopen 20 jaar. Natuurlijk zou ik nooit alles kunnen laten zien en afgelopen jaar heb ik mij afzijdig gehouden van het podium en zijn publiek, maar het is wel leuk om af en toe terug te kijken naar de presentaties, performances en de verhalen daarachter. Het meest dierbaar was toch wel les geven op drie scholen. De kinderen vertellen over gedichten, met ze gaan schrijven, vragen beantwoorden en natuurlijk ook voor ze optreden, maar ze hebben ook voor mij opgetreden en dat vond ik zeer bijzonder. ook ontving ik veel mail dat ze 'de teddybeer-song' niet konden vinden op YouTube of I-Tunes. Heerlijk, die onschuld, het gelach, maar vooral de eerlijkheid en creativiteit, vandaar speciaal voor hen die ik liefheb.

Clipprimeur!

Weten jullie het nog? Een aantal weken geleden plaatste ik een songtekst van 15 jaar geleden hier op mijn web en ik kreeg vele reacties. Ik kan geen gitaar spelen, dus zocht een alternatief en bedacht mij wat die jongen zou zien, terwijl hij speelt met zijn gedachte over de liefde en het werd niets meer dan zijn uitzicht, de nachtelijke straat, en daarbij slechts één stem en verder niets. Mijn stem.

Lieve Puck, ik moest vanochtend op de fiets aan je denken

Op 3 november 2003 overleed mijn beste vriendin Puck Verloo. In mijn boek ‘de reden dat ik geen biografie schrijf’ staat een brief naar haar gericht. Deze week werd ik daarop gewezen, omdat ik het o.a. over Shaffy heb, toen ik het teruglas draaide ik Shaffy in mijn hoofd en zag Puck weer voor me en voor even leefde ze weer, vandaar nog even mijn brief:

‘Lieve Puck, ik moest vanochtend op de fiets aan je denken. Dat is niet zo vreemd. Eigenlijk komt dat wel vaker voor. Veel vaker nog dan dat. Er verandert niet veel in de wereld. Nog steeds is er oorlog en nog steeds worden er nieuwe platen geproduceerd. Weet je nog hoe wij moesten lachen om Hans Teeuwen of geëmotioneerd konden luisteren naar Ramses Shaffy en Liesbeth List. Teeuwen is ermee opgehouden, hij wilde zich met films bezighouden, maar met Ramses gaat het wel weer goed. Hij heeft weer opgetreden met Liesbeth. Je zou ervan genoten hebben. Ik weet nog hoe je op mijn jaren '80 feest 's nachts aan het hoelahoepen was of die keer, op Folkwoods, dat je werd gestoken door een wesp. Heel rustig vertelde je mij dat wanneer je flauw zou vallen, ik naar de auto moest rennen om medicijnen te halen en daarna een ambulance moest bellen. Gelukkig liep dat goed af. Ik mocht je nog weken bij me houden.

En weet je nog dat optreden in Amersfoort? Misschien moet ik de mensen daar eens over vertellen. O, wat heb ik genoten. Dat ik optrad voor mensen die psychisch problemen hadden, maar op dat moment waren zij superieur voor mij. Zij lieten mij nadenken over wat bijzonder was in het leven, zo ook jij. Ik kreeg zelfs een zilveren lepeltje van een mevrouw en dat heb ik nog steeds bewaard.

Het is koud zonder jou. Het is koud zonder jou in mijn wereld. Jouw vitaliteit, jouw lach, jouw omarming als wij genoten van de humor, waar ook jouw zoon zo verzot op was en als ik je belde met een rotgevoel dan stond je klaar. Pakte je de auto en reed zoveel kilometers, zodat wij met elkaar konden genieten van Nederlands-talige muziek of concerten en nu zal tijdens mijn optredens je stoel leeg zijn. Ik zal haar bewaken. En Puck, lieve Puck, je was als een soort moeder. Mijn vriendin weet je. Mijn vriendin vrdmm. Ik huil nu, maar denk aan een mooi, zeldzaam mens terug. Een fijne vriendin. Hoe je mij telkens leidde, maar ook hoe wij genoten. Hoe jij je dans deed of hoelahoepte. Je was een prachtig mens.

Ik houd van je voor eeuwig.
Al is mijn leven nu een stukje kleiner geworden zonder jou.

En natuurlijk zeggen de mensen nog steeds dat vroeger alles leuker was en wordt er geklaagd over het weer, maar Puck, vroeger was het niet leuker of beter. Nu is het ook mooi. Slechts het gemis dat ik al die ervaringen niet meer met je kan delen zijn erg. En Puck, ik mis je, dat mag ik. Daar heb ik recht op. Alleen weet dat als ik naar boven lach en als het lijkt of ik een vuiltje in mijn oog heb dan probeer ik te knipogen naar jou. Knipogen heb ik nooit gekend, maar ik heb het geluk gehad om jou in mijn leven te hebben mogen meemaken, want lieve Puck, ook al ben je al jaren weg uit mijn en hun leven en kreeg in een klein Italiaans zwembad een kleine legionella jou te pakken, ik houd van je, zoals ik nooit van een andere vrouw met geverfde rode, korte haren, bril, schotse rok, zwaar doorrookte stem en enthousiasme zal houden.

De brief is een mooi tijdsbeeld, vind ik, ook was Puck een grote fan van Pearl Jam, zelfs haar kleinkind Jeremy is naar één van de bekendste liedjes vernoemd. Gisteren hoorde ik één van hun nieuwe nummers en toepasselijker kan het niet.

Het was stil in Amsterdam

Erwintroostfransmouws1bj Vanochtend hoorde ik in een kinderprogramma: "Een mens is pas werkelijk dood als er helemaal niemand meer aan hem denkt." Daar moet ik nu even aan denken. In 2006 schreef schrijver en documentairemaker Frans Mouws een verhaal over Ramses Shaffy, en omdat vandaag iedereen stil zal staan bij de dood van deze prachtige, levenslustige man, plaats ik het nogmaals hier op mijn site. Lees hier de woorden van Frans Mouws over Shaffy:

Vrijdag 10 maart 2006

Het was al laat toen ik met mijn Belgische vriend Philippe door een grauw, nat en koud Amsterdam liep. We hadden de nodige biertjes en waren op zoek naar een klote kantoor om een klote boete te betalen en daarmee de klote auto van Philippe wielklem vrij te krijgen. Hadden overigens beter de in vijf talen uitgevoerde brochure die bij de bon werd geleverd moeten lezen want – zoals later bleek – het kantoor waar je kon betalen ging als om vijf uur dicht, met één telefoontje kon je een mobiele eenheid laten komen die na betaling de klem eraf haalt. We waren echter zo uitgelaten en verbouwereerd over de klem dat we direct, redelijk aangeschoten, verhaal zouden gaan halen bij het stadsdeelkantoor.

Zwervend in de regen tussen universiteitsgebouwen en studenten sociëteiten waar jonge studenten gekleed alsof ze het helemaal gemaakt hadden in de zakenwereld geil tegen jonge studentes stonden op te rijen. We keken het tafereel mistroostig aan. Met onze hoofde afkeurend schuddend – waar waren toch die strijdvaardige, barricade opwerpende, gebouwbezettende studenten uit de jaren zestig, zeventig en tachtig gebleven?

Nog voor een van ons tweeën er iets over heeft kunnen zeggen worden we getroffen door een beeld dat de tijd even deed stilstaan. Als in een goedkope Amerikaanse film waar je kogels door het beeld vliegen alsof ze door een gigamagneet van hun snelheid worden ontdaan. Alsof we plots niet meer in een regenbuitje liepen, maar tienduizend mijl onderzee waren aangekomen. Onze hoofden draaiden in een urenlange durende draai naar links, onze hersenen werkte op lichtsnelheid. Achter het raam zat achter een oude rafel een man ons aan te kijken. Op de tafel voor hem stond een halve fles rode wijn. Zijn hoofd richtte zich op, met dezelfde traagheid als wij naar hem keken, keek hij naar ons. Zijn grijze haren stonden wild, zijn bakkebaarden waren de grootste die ik ooit had gezien, zijn gitzwarte ogen keken als uitgegloeide kooltjes dwars door ons heen, zijn mondhoeken hingen naar beneden. Hij zat recht onder een lamp waardoor elke rimpel in zijn getekende gezicht tot leven kwam. De kou en de regen waren verdwenen. Hij, Philippe en ik waren in die seconden de enige mensen die nog bestonden. Als er als tegenhanger van de zonsverduistering de maansverlichting bestond, dan vond hij op dat moment plaats. Er viel een stilte, Philippe en ik stonden stil. Gedrieën keken we rond, hij naar mij, ik naar Philippe en Philippe naar hem. Toen de auto’s weer begonnen te rijden, de regen weer viel, de kou weer prominent aanwezig was vroeg ik zonder aarzeling “weet je wie dat was?”. Geïrriteerd keek Philippe me aan en met zijn onnavolgbare Belgische tongval merkt hij droog op “Allee jong, natuurlijk kende ik die man. Ge moet weten dat Ramses Shaffy in België ook beroemd is”.

Okay, genoeg poëtisch gelul. Althans ik neem aan dat dat de meeste zullen denken als ze bovenstaande hebben gelezen. Toch heb ik het moment zoals hiervoor beschreven niet veel anders meegemaakt dan beschreven. Hoe het kwam dat ik de aanblik van Ramses ervaarde als de blik van Bernadette op haar eerste verschijning van de Heilige Moeder kan ik als volgt verklaren. Sinds jaar en dag ben ik bewonderaar van de chansonniers die Nederland, België, Frankrijk en Duitsland heeft voortgebracht. Van Ferre Grignard tot Herbert Grönemeyer van Jacques Brel tot Jaap Fisher (Joop Visser) en van John Lee Hooker tot Johnny Cash. Dit rijtje van zingende helden is slechts een kleine bandbreedte van zangers die ik tot de echt chansonniers reken. Letterlijk staat chansonnier dan ook voor ‘zanger van het lied waarin de tekst centraal staat’. Nu kunnen daarover de meningen verschillen, maar al deze zangers hebben gemeen dat de onderwerpen waar ze over zingen zaken zijn waar ze passie voor hebben. Of het nou pijn of liefde is, vreugde of verdriet. Stuk voor stuk zingen ze over het leven en zichzelf. De passie waarmee ze zingen verraad een betrokkenheid tot het bot. In het rijtje staat ergens tussen Brel en Fisher ter hoogte van Cash, de grootste chansonnier die ooit in Nederland gewoond en gewerkt heeft;

Ramses Shaffy.

Voor degene die denken dat het verschil tussen de vaak als countryzanger bestempelde Cash en Shaffy groot is hebben het mis. Zowel Cash als Shaffy waren aan de drank, hadden moeizame liefdeslevens en bekeerde zich. De een wende zich tot god om van de drank af te komen, de andere tot Baghwan.

In mijn leven speelt muziek altijd een belangrijke rol. Soms om de liefde een extra dimensie te geven, soms om de melancholie te verdrijven. Of juist om helemaal onder te dompelen in de zwaarmoedigheid. Vandaar dat de singer-songwriters hoog op mijn lijstje van favoriete muzikanten staan.


Ramses was een terugkerend persoon. Zo werkte ik ooit samen met Sammy in de haven van Vlissingen, steevast werd hij toegezongen, als hij voorbij kwam gelopen. Dat was de eerste keer dat ik een lied van Ramses koppelde aan een persoon of gebeurtenis. Laat me, maakte indruk toen ik ging varen. Weg van alles en iedereen. Expresso, was het lijflied van een vriend van me die de rust niet kon vinden en altijd erg vrolijk werd van deze melodie. Mama Mokum en Amsterdam, deden me verlangen aan Nederland en Amsterdam als ik in het buitenland was. Samen in Zee, gaf ik ooit aan een meisje toen ik mijn liefde wilde verklaren en niet goed wist hoe ik haar als zeeman kon overtuigen van het feit dat ik graag een vast plek wilde, samen met haar.


Begin jaren zeventig zag ik Shaffy cantate op televisie, dat dit een Nederlandse zanger was had ik nooit durven dromen. De persoon die daar po het podium stond en zulke indringende klanken voortbracht. Er kwam eens een fragment voorbij van twee Nederlanders in Rome die het daar gingen maken in de film wereld en ik geloofde het. Ooit zag ik hem terug, toen hij in Antwerpen woonde achter een piano zat, veel dronk en vertelde over De Man van La Mancha. Het was een indrukwekend fragment, hij wás de man van La Mancha!


In de jaren negentig ging ik naar hem op zoek, alleen we liepen elkaar steeds mis. Daar stond ik niet zo van te kijken, op muzikaal gebied ben ik vele personen mis gelopen. Een van de eerste Metallica concerten ging niet door toen ik kaartjes had, Rory Gallagher trad regelmatig op in Noorderlicht, tegen de tijd dat ik kaartjes had werd hij ziek en kwam niet meer opdagen, hij overleed een paar jaar later. John Lee Hooker speelde in Nederland en het bluesfestival in Peer. Juist in het jaar dat ik er niet was. Daarna was ik nooit meer in de gelegenheid om hem te zien, hij overleed een paar jaar later. Motörhead speelde altijd en overal. Totdat ik kaartjes had voor 013, het concert werd vanwege ziekte afgelast. Het was zover gekomen dat vrienden van me belden als ze ergens naar toe gingen “zeg Frans, je hebt toch geen kaartjes hé?”. Ze waren bang dat er iets verschrikkelijk mis zou gaan als ik kaartjes of, erger nog, dat er iemand zou overlijden. Het werd steeds gekker, hoe meer ik mijn best deed hoe meer er mis ging. Cash, Jerry Lee Lewis, B.B. King, Waylon Jennings en Ferre Grignard. Nooit heb ik ze in het echt mogen horen spelen. Let wel, voor allemaal had ik een kans ze ooit te zien.


Op een zaterdagavond zat ik met mijn schrijvende dichtervriend Erwin Troost een fles wijn leeg te maken. Voor de avond om was hadden we er twee flessen van gemaakt en afgesloten met een paar glazen Whisky. Het was gezellig, we praten over muziek. We hadden het over helden die we nooit meer zagen. Ramses kwam boven tafel. Ik zette op de achtergrond de DVD van Ramses op. We wisten dat hij nog leefde maar geen van ons had hem ooit zien spelen. Wat te doen? Na het derde glas Whisky ontstond het plan om hem te ontvoeren. In de tijd van zero tollerance, is het goed om te vermelden dat het ontvoeren op een vriendschappelijke manier zou gaan. Erwin en ik zouden hem  opzoeken in het tehuis waar hij zat. We zouden hem uitnodigen voor de avond van zijn leven. We zouden gedrieën door Amsterdam trekken. Erwin zou gedichten voordragen, ik zou verhalen vertellen, en Ramses zou half dronken achter een piano liederen voor ons zingen.


De avond vorderde en de drank vloeide rijkelijk, de plannen werden steeds mooier. Op de achtergrond klonk de warme innemende stem van Ramses. Aan het eind van de avond vallen Erwin en ik in elkanders armen, zwerend dat we voor eeuwig vrienden zouden zijn. En zo geschiede.


Enige maanden later, verlaten door mijn lief, geen raad wetend met mezelf, zwierf ik stoned en dronken door Amsterdam. Ik miste gezelschap om de smart en drank te delen. Hoe ik er terechtkwam weet ik niet meer, maar opeens stond ik voor het Dr. Sarphatihuis, hét huis waar Ramses zat. Het leek wel een vesting, het gehele pand was ommuurd en omgracht. Tegenover het verpleeghuis zat een studentenkroeg. Het moment vroeg om overleg. In de studentenkroeg belde ik Erwin en vertelde hem waar ik was. Hij luisterde aandachtig en probeerde me ervan te voertuigen dat het idee dat we ooit hadden een droom was, niet iets om daadwerkelijk uit te voeren. Maar dromen kunnen uitkomen probeerde ik zijn argumenten te weerleggen, je moet er gewoon voor gaan, je moet ze achterna jagen! Het werd geen leuk gesprek, hij maakte zich zorgen om mij. Ik wilde alleen onze droom najagen. Het kwam er niet van, de verpleegvesting was een stap te ver die dag.


Pas later merkte ik dat je dromen inderdaad uit kunnen komen, maar niet altijd door ze na te jagen. Het is vergelijkbaar met een woord waar je niet op kunt komen. Als je daar heel erg hard over gaat nadenken dan lukt het echt niet om dat woord uit de hersenen naar boven te halen. Pas op het moment dat je je gedachten loslaat komt het woord bovendrijven. Dit principe – zo besefte ik langzamerhand – werkt ook voor dromen. Als ze in je zitten komen ze wel uit. Zolang je ze maar niet gaat najagen. Dromen komen ‘toevallig’ uit, als je ze los laat, als je ze laat gaan, als je ze naleeft maar niet najaagt.


Ik was gestopt met reizen en dromen najagen. Na al die jaren had ik een soort van rust gevonden. Het komt zoals het komt! Die dag was ik samen met Philippe en een geweldig groepje bibliotheek gekken naar de Artis bibliotheek geweest. We hadden verlekkerd zitten kijken naar al pracht die ze hadden. Met op de achtergrond onrustig heen en weer lopende wolven. Binnen trok een van de allergrootste verzamelingen (Carolus) Linnaeus aan ons voorbij. Dodo’s kwamen weer tot leven middels een afgietsel van een heus skelet. Menselijk aandoende alruinwortels stonden in een vitrinekast. Uit het gastenboek bleek dat die week negen bezoekers ons voor waren geweest. Om al dit moois te verwerken werd er een bezoek gebracht aan Eik en Linde een kroeg tegenover de bibliotheek. Het placht te heten dat deze kroeg sinds jaar en dag onderdak biedt aan schrijvers, journalisten en andere hoofdstedelijk pluimage. Philippe en ik trokken er ons niets van aan, we gingen aan de bar zitten en lieten de biertjes ons smaken. Aan het eind van de avond gingen we op zoek naar zijn auto om de reis naar het verre zuiden niet langer uit te stellen. Het vinden was niet zo’n probleem, de klem die erop zat des te meer! Alles bleek een reden te hebben, de nachtelijk tocht door een duister en koud Amsterdam op zoek naar een kantoor om de klem te laten verwijderen bracht ons uiteindelijk naar Ramses Shaffy. Weer een dag klaarwakker gedroomd.


Zaterdag 11 maart 2006


In een muziek centrum kom ik een oude vriendin tegen, we raken aan de praat en wisselen de laatste muzikale wetenswaardigheden uit. Om eens goed uit de hoek te komen, gooi ik opeens op tafel “Zeg weet je wie ik gisterenavond heb ontmoet?”, in de wetendheid dat ze gek is van Shaffy. “Nee, zeg op, wie heb je ontmoet?”. “Ramses!”. Ze lijkt niet echt onder de indruk. “Ramses, je weet wel Ramses Shaffy!”. “Oh, ik dacht iemand bijzonders” “Hoezo, iemand bijzonders? Het was voor mij een onvergetelijk moment” “Waar heb je hem gezien dan?” “In een restaurantje in de Roetersstraat vlak bij het verzorgingstehuis, is dat niet bijzonder?”. “Niet echt nee, mijn broer woont daar in de straat, dus ik kom er wel eens. Ramses zit zo ongeveer drie keer per week in dat restaurant en in de zomer zit hij op het terrasje ervoor”.


Als ik ‘s nachts naar huis rij probeer ik me te bedenken hoe ik de vorige dag had beleeft. Hoe kan het dat ik al tig jaar op zoek ben naar diverse muzikanten. Dat ik op het moment dat ik ze niet meer zoek tegenkom en dat, als ik het vertel aan een goede vriendin, dat dan ineens blijkt dat zij al heel lang wist waar Ramses woont en verblijft. Had ik het met haar dan nooit over hem gehad? Blijkbaar niet, of misschien wilde het lot niet dat zij mij de tip zou geven, misschien had het lot iets anders voor me in petto. En moest ik hém ontmoeten tijdens een toevallige voorbijgang. Wie zal het zeggen…

Frans Mouws

Ramses Shaffy (1933 – 2009)

Overigens werd de tekst "Laat me" geschreven door Herman Pieter de Boer, maar we zullen het Ramses nooit meer live mogen horen zingen.

Dag, mooie man!

I love those little things

“Hey, en hoe zitta nou met Troost? Wat doede gij nou eigenlijk?”

Erwin_en_ingrid_img_3832 Frans_en_ingrid_img_3828Tja, ehm, wat een vraag eigenlijk, ook al stel ik hem zelf, maar er word wel vaker naar gevraagd, dus ik begrijp het wel. Ik houd mij tegenwoordig eigenlijk uit de media, maar er zijn nog wel ontmoetingen die een gevolg zijn van 20 jaar schrijverij, podium, jury, presentatie en programmamaker. Zo heb ik twee weken geleden Ingrid Weverbergh, de weduwe van dichter Jotie ’t Hooft, mogen ontmoeten en hopelijk krijgt deze samenkomst nog een vervolg, dus misschien daarover later meer hier op deze pagina.

Sieb_posthuma_erwin_troost Vorige week zaterdag was ik bij Selexyz van Piere, alwaar een interview werd gehouden met Sieb Posthuma, schrijver en tekenaar en hij won Gouden Penseel 2009. Sieb is het meest bekend van Rintje, de verhalen die ook iedere vrijdag op de Kinderpagina van NRC-Handelsblad staan, maar ik ging daarheen, omdat hij het prachtige boek Mr. Finney en de wereld op zijn kop illustreerde van Prinses Laurentien van Oranje. Vooruit even het (voor)leesboek in het kort:

Mr Finney zit vaak met zijn beste vriend Slak op de onderste tak van zijn lievelingsboom te filosoferen. Maar hun rustige leventje verandert door de komst van Pinky Pepper: een knalroze vliegend wezentje dat het liefst met grote snelheid over de wereld ‘glimpst’. Op haar SuperBiBi, een hip communicatieapparaat, laat zij allerlei beelden zien die Mr Finney en Slak niet kennen: van grote steden en oceanen tot oerwouden, Poolkappen en een geheimzinnige vlag op de bodem van de zee. Mr Finney wordt nieuwsgierig naar de wereld buiten zijn tuin. Hij heeft ontelbaar veel vragen, maar voor hij het weet is Pinky Pepper alweer verdwenen. Om antwoorden te krijgen besluit Mr Finney zelf op reis te gaan. Hij ontmoet allerlei dieren en ontdekt dat de wereld niet overal even mooi is. Maar hij leert ook dat het helpt om vragen te stellen en dat oplossingen soms dichterbij liggen dan je denkt. Tja, en als u nu denkt dat alleen de kinderen dat leuk vinden dan heeft u het mis, want ook vraag mij steeds wel eens af waarom en waarom ook niet eigenlijk. Een prachtig en fascinerend boek met mooi geschreven, bijna poëtische, zinnen, die ook mij dus kunnen bekoren, en Sieb Posthuma is ook nog eens een alleraardigste man. Prima toch!

Manuel_schicchi_vanessa_petersErwin_troost_vanessa_peters_manuel_ Afgelopen maandag kwam de Texaanse zangeres naar Eindhoven om haar tour af te ronden.
Tijdens haar Nederlandse tour wordt Vanessa bijgestaan door Manuel Schicchi en Alex Akela en allen heb ik eerder mogen ontmoeten, omdat ik haar zelf ooit in Eindhoven op de planken heb gezet en Alex Akela speelt met vele Nederlandse singer-songwriters. Het optreden had een mooie setting, in een mooi decor en op de voorgrond de charmante Vanessa die ingetogen haar verhalende liedjes zong, in een onschuldig rood jurkje, van de nieuwe cd Sweetheart, Keep Your Chin Up.

Dan kan ik u hier alvast een primeur geven, want afgelopen donderdag was ik met Frans Mouws op bezoek bij Paul Westgeest, jeugdvriend van Boudewijn Büch, maar bovenal een fascinerende kerel, maar dat terzijde, want ooit schreef Mouws
het boek Weg uit Wassenaar en tijdens dat proces gingen er tussen Westgeest en Mouws meer dan 500 e-mails en brieven heen en weer. Deze brieven worden raw-and-uncut - zoals ze zelf zeggen - uitgegeven. De wereld praat nu al over een bestseller die een ware storm zal veroorzaken en aan de storm, hagelbuien en bliksemschichten te merken, van afgelopen week, dan is het reeds begonnen.

En om mijn moeder te plezieren, en stiekem ook een beetje mezelf, heb ik haar gisteren meegenomen naar een concert van Albert West begeleid door Bennie’s Showorkest en Laura Vlasblom als special guest. Albert zong liedjes uit zijn 45-jarig repertoire en van Everly Brothers, BeeGees, Cliff Richard, dus een feest der herkenning, veel jukeboxherinneringen, met handjeklap en genieten maar!

Misschien schrijf ik dan niet meer zoveel en mist u die schrijver, maar ik ben er nog steeds. Hier, daar en soms overal, want zoals een kind ooit tegen mij zei:

“In je hoofd kan alles.” Kruip ik nu weer terug in mijn huisje om mij, met uiteraard hond Bryden, te verwonderen en te mijmeren over de andere dingen van het leven.

"Eigenlijk zijn jullie dus de watjes onder de skaters?"

Vaste cameraman Barth en ik wisten nooit wat er werkelijk zou gaan gebeuren als wij op pad gingen. Zo ook op een dag in 1996 waar wij belandden in de underground locatie "De Pillenfabriek", ooit geroemd om zijn feesten en bewoond door krakers. De dag dat wij er waren zou tevens de laatste dag zijn geweest dat het nog overeind zou staan. Binnenin het pand, dat van binnen al gesloopt was, improviseer ik poëzie. Dit gebeurde nadat Barth en ik naar een Inline Skatefestival zijn geweest, alwaar ik skatekampioen Marcel Dukino mocht interviewen. O ja, en kan u zich nog herinneren dat Ian Kerkhof zei: "Ik ga nu plassen. Ik ga met mijn eigen lul plassen. Je mag het filmen." Tja, Barth filmde niet een Ian, maar wel een Erwin. Overigens maakten wij deze filmpjes met plezier voor Omroep Eindhoven om dan te eindigen met de zin: "Waarom interesseert me dat niet."

“Ik ben gewoon gezakt voor mijn examen, daarom ben ik schrijver”

In 1996 mocht ik Ian Kerkhof interviewen voor Omroep Eindhoven, met vaste cameraman Barth, over de live remix van de film "Naar de klote" in Effenaar, Eindhoven. Dit zou tevens mijn laatste interview voor Omroep Eindhoven worden.

Aryan Kaganof
(geboren als Ian Kerkhof) is een regisseur uit Zuid-Afrika, novelschrijver, dichter, blogger, beeldend kunstenaar en lid van African Noise Foundation (een verzameling van muzikanten, poëzie en artiesten). In 1999 veranderde hij zijn naam in Aryan Kaganof. In 2009 creëerde hij de documentaire: Civilization and Other Chimeras Observed During the Making of an Exceptionally Artistic Feature Film, over Winterland, de eerste sprookjesachtige film van de Nederlandse schrijver, beeldend kunstenaar en filmmaker Dick Tuinder.

Even een kleine synopsis over de speelfilm: Naar de Klote! is een Nederlandse film uit 1996. Het mag zich de eerste film uit de Nederlandse Dance Scene noemen. De film kwam uit in een periode dat de Nederlandse hardcore house scene zich op zijn hoogtepunt bevond en het recreatief gebruik van XTC onder de jeugd steeds vaker plaatsvond. De titel van de film is afgeleid van de hit Alles naar de Klote van de Rotterdamse hardcorehouse-formatie De Euromasters en in de rollen zien wij, en ik noem slecht een aantal namen: Tygo Gernandt, Thom Hoffman (als DJ Cowboy), Hugo Metsers III, Jorinde Moll en Afke Reijinga.

Hieronder ziet u de opgepoetste versie uit 2006 door vidio.barth. Ian, of moet ik Aryan Kaganof zeggen, praat hierin met mij onder anderen over de film, de remix, Andy Warhol en The Factory en dat interviewers die te lange vragen stellen niet goed zijn in wat ze doen en “Ian heeft gelijk… ik ben gewoon gezakt voor mijn examen, daarom ben ik schrijver.” Ik weet nog dat ik nerveus was voor het interview, omdat ik zijn werk bewonder en omdat hij eerder eens weg was gelopen tijdens een interview. Gelukkig liet hij het ons, op zijn manier, van te voren weten.


De officiële website van Aryan Kaganof:
www.kaganof.com

My first time on Television

Ze vroeg aan mij of ik dan echt bekend ben geweest. Ik vertelde dat het allemaal wel meeviel, maar nadat ik, op mijn 23ste, bij Yoy (HV) op Nederland 3 te zien was geweest, begon het balletje wel te rollen. Ik weet nog wel dat ik lastig werd gevallen, in een restaurant, door een dronken klant, op het station werd ik herkend door vele hardrockers die op weg waren naar Dynamo Open Air, vanwege mijn 'Teddybeer-lied' en een mevrouw had haar bus drie keer gemist voordat ze aan mij vroeg: 'Bent u hem, u was gisteren toch op televisie geweest?' Tevens heb ik drie stalkers gehad, waarover ik later zal schrijven in 'De reden dat ik geen biografie schrijf' en dat ik zelf dus nooit een vrouw zou kunnen stalken, omdat ik vrouwen over het algemeen al moeilijk te volgen vind. Ik ben niet iemand om in de picture te staan, laat mij maar lekker veilig thuis met een leuk magazine, goede film of een lekkere, frisse wandeling met de hond. Heerlijk allemaal.

En ja, ik heb een weblog, Hyves, schrijf sporadisch aan een nieuw boek, maar het hoeft niet af, tenminste ik heb mezelf geen deadline opgelegd. Het houd mezelf gewoon bezig en onderweg. Toch vond ik een filmpje waar het allemaal mee begon. Ik vermoed dat ik zestien was toen ik te zien was in een programma van Peter Scheele, bij de EO, over het SIN-virus. In de volgende beelden ziet u mij ergens na vijf minuten, een aantal keren een luttele seconde in beeld, als een heel jong menneke in een bruine lederen jas en bah ja, is dat nou een snor?

Berlijn '89

Spanning, hitte die werd bepaald
door grauw grijs en in het midden -
hagelwitte zomerlach glinsterend
als kristallen van winterbloesem
door de donkere omgeving.
Verdort in schoonheid, dankzij juni.

Twee punkers zoenden elkaar innig
op de plek waar ik maanden daarvoor
de nieuwsbeelden zag
van een muur die neergehaald werd.
Rond dezelfde tijd dat mijn leraar Engels overleed
en wij de kerk bezichtigden waar hij werd begraven.

Daar waar mensen stonden te wachten in rijen
voor een brood tussen grauwe muren.

Twee dagen later zou ik rennen
voor skinheads
paniekerig de bus in,
terwijl mijn hart bonkte,
hoorde een kind janken op de achtergrond.

Een zwerver danste voor televisies
voor enkele dubbeltjes
tegenover de rollerdisco
alwaar de dronken jongen bewusteloos in een winkelwagen
werd geduwd naar Bahnhof Zoo.

De volgende ochtend zou de zon weer schijnen in Berlijn,
mooi Berlijn.


Berlijn



(Ik schreef dit gedicht twintig jaar geleden, na mijn verblijf in Berlijn,
en deze week dus weer helemaal actueel)